Hagios zingen in de vredesweek

Op 12 september werd in Utrecht in de Dominicus de laatste bundel Nederlandstalige Hagios liederen feestelijk gepresenteerd. Erik Borgman hield bij gelegenheid een mooie inleiding, die we graag delen via onze website.

1.

U heeft het waarschijnlijk wel ergens gezien of gehoord: het motto van de komende vredesweek die komende zaterdag begint en duurt van 19 tot 27 september, luidt: ‘Niets doen is geen optie’. De meesten van ons zullen waarschijnlijk spontaan denken: Inderdaad, niets doen is geen optie. We kunnen de wereld niet zomaar in brand laten staan, we moeten iets doen. We moeten uit alle macht proberen de brand te blussen en de vrede te herstellen. Laten we… ja, en dan stokt het waarschijnlijk al snel. Want wat zouden we moeten doen? Wat kunnen we eigenlijk doen met het oog op de vrede?

Sommigen weten dat heel goed. Er zijn er die geld inzamelen en daarvoor wapens kopen voor Oekraïne zodat wat volgens hen de grootste bedreiging van de vrede is, Poetins Rusland, eindelijk kan worden gestopt. Anderen vindt juist dat we Oekraïne te eenzijdig steunen en dat we meer oog zouden moeten hebben voor de positie van Rusland. Sommigen willen een boycot van alles wat uit de door Israël bezette gebieden komt, van alles uit Israël zelfs, om het doden en het vernietigen van de levens van Palestijnen te stoppen. Anderen vinden dat we pal achter het door terroristen en vijandige naties bedreigde Israël moeten staan.

Nu wil ik niet suggereren dat er nooit omstreden keuzes gemaakt moeten worden. Maar de vraag is toch, mijn vraag is in ieder geval: moeten we wel altijd koste wat kost direct iets willen doen? Zeker, ook de Bijbel zegt in de Brief van Jakobus dat geloof dat zich niet uitdrukt in daden dood is. Wie inzicht heeft in hoe de dingen zijn en wat er zou moeten veranderen, maar er niet naar handelt, die is volgens de schrijver als iemand die ‘het gezicht waarmee hij geboren is, in een spiegel bekijkt’, maar als hij weggaat ‘meteen is […] vergeten hoe hij eruitziet’. We moeten dus wel iets doen, maar op basis van wat we hebben leren inzien en waarin we geloven. Daarom is mijn suggestie: misschien moeten we wel even niets doen, misschien zelfs wel langere tijd, en in die tijd weer leren wat het betekent in vrede te geloven. Daarna kan dit geloof zich uitdrukken in handelen en kan ons handelen er steeds opnieuw aan herinneren hoe ons ware gezicht eruitziet. Dat wij mensen leven van vrede, niet van strijd en geweld.

2.

Jullie gaan vandaag in deze zin niets doen en het nieuwe boek dat vandaag gepresenteerd wordt, is bedoeld om in deze zin niets te doen. De mensen die de afgelopen tijd al samen zijn gekomen om Hagios-liederen te zingen, maken volgens mij ruimte om het geloof in vrede terug te vinden. Ze graven de bron op van hun eventuele inzet, of misschien van hun verlegenheid omdat ze niet weten wat te doen. Daarvoor zijn zij, zou ik zeggen, te prijzen.

Want anders dan vaak gemeend wordt, is iets doen niet altijd beter dan niets doen. Iets gaan doen voor de vrede zonder diep geloof in de vrede is zelfs gevaarlijk. Er is een grote kans dat het het geweld aanjaagt. Als je denkt direct iets voor de vrede te kunnen doen, ga je ervanuit dat de situatie duidelijk is en dat de inzet voor vrede maar één enkele keuze toelaat. Dit komt niet zelden neer op de keuze voor een van de partijen in een gewelddadig conflict. Het betekent vaak dat het verhaal van deze partij wordt overgenomen en dat andere partij tot de oorzaak van het conflict en en geweld wordt gemaakt. Terwijl elk verhaal zowel zijn inzichten als zijn blinde vlekken heeft.

Dit is natuurlijk altijd zo geweest. Maar vandaag de dag worden we diepgaand geconfronteerd met de plooibaarheid van de feiten, met fake news en altenative facts. Ik ben ervan overtuigd dat we daarom meer dan ooit zijn geroepen niet tot snelle actie, maar tot ‘zorg voor de ziel’ en ‘solidariteit van de geschokten’. ‘Zorg voor de ziel’ en ‘solidariteit van de geschokten’ zijn termen die ik overneem van de Tsjechische filosoof Jan Patočka (1907-1977). Jan Patočka was een belangrijke intellectuele kracht achter het ontstaan van de dissidente beweging Charta 77, die – de ouderen onder ons zullen het zich herinneren – in de jaren zeventig van de vorige eeuw in het communistische Tsjecho-Slowakije respect eiste voor mensenrechten en democratische vrijheden. De schrijver en latere president Václav Havel (1936-2011) was er de bekendste woordvoerder van. Patočka stierf in 1977 aan een hartaanval, na een urenlang verhoor door de geheime politie, nadat hij een onderhoud had gehad met Max van der Stoel, op dat moment de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken.

3.

Wat is de ’solidariteit van de geschokten’? Als Patočka sprak van ‘solidariteit van de geschokten’, dan doelde hij op de verbondenheid tussen mensen die niet langer konden geloven dat de bestaande politieke of maatschappelijke programma’s tot vrijheid, vrede en welvaart zouden leiden. De geschokten hadden niet alleen ervaren dat democratie dictatuur kan betekenen, vrede oorlog en vrijheid onderdrukking. Zij hebben uit deze ervaringen de conclusie getrokken dat de verlossing niet ligt in een eenduidig politiek narratief, of in welk ideologisch verhaal dan ook. Er rest hen naar eigen overtuiging niets anders dan wat Patočka ‘leven in waarheid’ noemde. Er zat niets anders op dan de situatie met al haar problemen en aporieën aan te nemen en de verantwoordelijkheid te accepteren om in deze situatie en vanuit de eigen positie te doen wat mogelijk is en werkelijk goed mag heten.

Niet de angst om met de verkeerde partij geassocieerd te worden zou volgens Patočka onze zorg moeten zijn, niet de angst om aan de verkeerde kant van de geschiedenis te belanden. De fundamentele en uiteindelijk enige zorg is die voor het realiseren van de essentie het eigen menszijn. De essentie van het menszijn is volgens Patočka het vermogen zich te laten roepen tot vrijheid en verantwoordelijkheid. De inspanning dit vermogen om zich te laten roepen tot vrijheid en verantwoordelijkheid in stand te houden, noemt Patočka ‘zorg voor de ziel’. Het komt neer op steeds opnieuw onszelf dwingen de situatie onder ogen te zien zoals ze werkelijk is, steeds opnieuw de routines en de standaardmanieren om met de vragen van het leven om te gaan te problematiseren, en zo langzamerhand te ontdekken hoe daarin te handelen ten gunste van het goede. Zo worden wij steeds meer mens, stelt Patočka. Patočka noemt dit een ‘spirituele’ houding: zich zo laten confronteren met de werkelijkheid dat het gevoel van verantwoordelijkheid gewekt wordt, samen met het verlangen naar het goede en de wil zich daarvoor in te zetten. Kortom, dat de ziel gewekt wordt.

4.

U vraagt zich misschien inmiddels ongeduldig af of u niet per ongeluk in een filosofiecollege terecht bent gekomen. Wat heeft dit allemaal te maken met het zingen waarvoor u toch uiteindelijk gekomen bent?

Welnu, ik zie dat zingen als een van de vele mogelijke manieren om de ziel te wekken, om haar gevoelig te maken en te houden voor haar roeping. Zingen van de Hagios-liederen vergroot de mogelijkheid om te delen in de ‘solidariteit van de geschokten’. Om vrij en open te staan in een wereld vol oorlog en geweld, vol gelijkhebberigheid, onverschilligheid en georganiseerde blindheid. Het is een poging zich als het ware te nestelen in het oog van de storm die de wereld op dit moment meer dan ooit in zijn greep lijkt te hebben, en om vanuit dat oog, vanuit deze plek waarin een vredige stilte heerst, naar de wereld en haar woelingen te kijken.

In muziek en in zang worden klanken die in andere omstandigheden botsen, samengevoegd in een harmonie. Zo wordt het misschien – hopelijk – mogelijk het begin te zien van vrede in de wereld. Er ontstaat ruimte om in te zien dat deze vrede onze bestemming is en datgene waaraan wij ons behoren toe te wijden als wij de mogelijkheid willen hebben om het goede te doen. Alleen in de ruimte van deze vrede van in schijn tegengestelde krachten kunnen wij voluit mens zijn in de zin van Patočka: leven in vrjheid en verantwoordelijkheid – in steeds toenemende vrijheid en in almaar groeiende verantwoordelijkheid.

5.

De centrale frase in de tekst van een van de liederen in het boek dat ons vandaag bij elkaar brengt, luidt: ‘Hier ben ik, hier ben ik, hineni’ – Hineni is Hebreeuws voor ‘hier ben ik’, ‘ik stel me beschikbaar’. Het is het antwoord op een roep, een roeping. Het drukt de bereidheid uit zich open te stellen voor wat er is en de bereidheid je erdoor te laten aanspreken, je erdoor te laten bepalen, erop te reageren. Hineni druk bereidheid tot gehoorzaamheid uit.

Activisme loopt altijd het gevaar een uitdrukking te blijven van afkeer, van dissociatie in plaats van van verbondenheid. Het hoeft niet, maar het kan wel een manier zijn om afstand te nemen en te houden van degenen met wie je solidair denkt en zegt te zijn. Immers, zij kunnen geen afstand nemen van de situatie. Zij zijn er onherroepelijk deel van. Heel veel dingen in deze wereld zouden helemaal niet zo moeten zijn, maar ze zijn wel zo. Dan begint iets doen aan de situatie met presentie bij de situatie, met het constateren en het accepteren van je betrokkenheid erin.

Het delen in situaties van lijden en pijn, dood en verderf kunnen nooit de bedoeling zijn. Zeker niet de bedoeling van God, die – om het bij deze ene lapidaire theologische zin te houden – in Jezus Christus het lijden op zich nam om het van binnenuit te overwinnen. Kwaad kan nooit de bedoeling zijn. Maar de confrontatie met het kwaad kan wel onze bestemming zijn. In mijn verbondenheid ermee en in mijn afkeer ervan heb ik de betekenis van mijn leven te zoeken, heb ik mijn betekenis te vinden. Dat geldt in onze tijd voor het alom oplaaiende geweld, is mijn overtuiging. Want inderdaad, hier zijn wij: in een Europa opnieuw in oorlog, te midden van staatshoofden die de wereld naar hun hand willen zetten, met zo nodig een overmaat aan geweld, op het grenzeloze af. In een wereld vol minachting voor het internationale recht en het oorlogsrecht. In een chaotische wereld waarin van alles niet alleen lijkt te kunnen gaan gebeuren, maar in toenemende mate ook feitelijk gebeurt. ‘Hier ben ik, hier ben ik, hineni.’

– 0 – 0 – 0 – 0 –

Ik wens de organisatie geluk met het verschijnen van de nieuwe liederenbundel. Ik wens u, alle aanwezigen, een mooie ochtend en een vruchtbaar verder gebruik van de liederen. Natuurlijk hoeft u straks thuis niet te zeggen, natuurlijk hoeft u zelfs tegen zichzelf niet te zeggen dat u de zorg voor uw ziel een boost heb gegeven. U kunt het gewoon houden op: ‘ik heb lekker gezongen voor vrede, ik heb me verbonden gevoeld in plaats van vervreemd, opgenomen in de klanken van zoveel anderen die mijn verlangen delen. Het diepe en onuitroeibare verlangen om in vrede te leven.

De afbeelding boven dit artikel is door Arjan Broers – http://www.arjanbroers.nl/wp-content/uploads/2012/12/Erik-Borgman-2008-bewerkt.jpg, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=71842754


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *